BeginAlgemeenOrganisatorische maatregelenBouwkundige beveiligingElektronische
beveiliging
|
Bediening |
|||||||
Detectoren
|
magneetcontacten |
|
ruimtelijke detectoren |
|
overige detectoren |
Ruimtelijk werkende detectoren zijn de meest gebruikte en in het oog springende
detectoren. Zij worden ook wel bewegingsmelders, ogen, verklikkers, piren,
zoekers, en weet ik wat nog meer genoemd.
Een ruimtelijke werkende detector is gebaseerd op een van de volgende principes:
Passief Infrarood, ook wel PIR,
detectoren worden in beveiligingsland het meest toegepast.
Het werkingsprincipe van de PIR berust op het uitzenden van infrarode
energie door de mens. Deze melders zijn voorzien van een zogenaamd pyro
element. Dit element is gevoelig voor infrarode energie en geeft een elektrische
spanning af als er infrarode energie op komt. Door de achterliggende elektronica
wordt dan het signaal geanalyseerd.
Een PIR detector reageert dus op infrarode energie. Deze energie wordt uitgezonden door alles wat een temperatuur van meer dan -273 graden celcius heeft. Dit betekent dat de detector ook energie ontvangt van bijvoorbeeld huisdieren, muizen en ander ongedierte, vogels, de zon, verlichting, warme lucht van de verwarming, luchtstromen door tocht etc. Dit betekent dat bij de plaatsing van deze detectoren met de volgende punten rekening moet worden gehouden.
Laat een PIR detector nooit naar buiten kijken. Invloeden als de zon, eventueel
weerkaatst door de ramen van de buurman, binnenschijnende autoverlichting
en andere invloeden van buitenaf kunnen voor een alarm zorgen. De meeste detectoren
hebben wel ingebouwde voorzieningen als witlicht filters om deze effecten
te reduceren maar voorkomen kunnen ze niet.
Met name in winkels worden er nog wel eens zogenaamde 'mobiles' aan
het plafond gehangen. Deze kunnen door luchtstromingen gaan bewegen.
Hierdoor kunnen ongewenste alarmen optreden. Ook plotseling aanspringende
verwarmingen, heaters etc. kunnen voor een alarmmelding zorgen.
Een ander onderschat probleem is ongedierte. Met name spinnen vinden zo'n detector in de hoek erg makkelijk om een mooi web te maken. Soms kruipen ze zelfs in de detector. Heeft u spinnen, vraagt de monteur dan. Nee hoor, zegt de klant, maar de spin zit wel in de detector. Hoe kan een detector nu afgaan op een spin of een muis wordt er vaak gevraagd. Welnu, de detector ziet u op 12 meter of meer een stap maken, en reageert hierop. Als hij nu de spin of muis vlak voor zijn neus ziet, dus infrarode energie, dan reageert hij hier ook op. Simpel niet.
Heaters welke plotseling aanspringen kunnen een probleem geven. Door de plotselinge warme luchtstroom komt de detector in alarm.
Een PIR detector kan niet door muren etc. kijken. Soms denken mensen van wel. Ook kijkt de detector niet door glas. Ooit sprak ik eens iemand die dacht dat zijn detector in de woonkamer het hele huis bekeek. Een PIR detector kan echter niet door dingen heen en ook niet om een hoekje kijken.
Ook dient er gelet te worden op het bereik van de detector. Een detector die een bereik van 11 x 11 meter heeft ziet niet wat er 20 meter verder gebeurt.
Een ander, veelal in combinatie met Passief Infrarood, toegepast principe is radar.
Radar werkt op het zogeheten doppler effect. Dit betekent dat de detector continu radarstraling uitzend. Door een beweging naar de detector toe of van de detector af, treedt het doppler effect op. Dit kent u vast wel van de bel bij de spoorwegovergang. Hierdoor kan de detector beweging constateren.
Radar heeft heel andere eigenschappen. Zo kan radar wel door een muur heen kijken. Een radardetector die op een buitenmuur kijkt kan door de muur een beweging waarnemen. Zo kan bijvoorbeeld ook regenwater door een regenpijp zorgen voor vals alarm bij een radar detector.
Verder dient een radardetector goed afgesteld te worden. Veelal gebeurt dit door een potmeter in de detector. Het radarbeeld moet de ruimte net vullen. Zou het radarbeeld teveel buiten de ruimte kijken dan kan de detector teneerste ook door de wand kijken maar tevens, door de teruggekaatste straling, aan gevoeligheid verliezen. Een goede afstelling is dus erg belangrijk.
Ultrasoon detectoren worden tegenwoordig eigenlijk niet meer toegepast. Zij werken ook met het dopplereffect alleen dan met geluid. In oude installaties komen we ze nog wel eens tegen. Er zijn mensen die het geluid van de detectoren kunnen horen. Ook voor deze detectoren geldt dat een goede afstelling zeer belangrijk is.
Hier wil ik nog een drietal detectoren behandelen.
Als eerste is er de dubbeldetector. Bij deze detectoren zitten er twee systemen in een detector. Meestal is dit Passief infrarood en radar maar ook de combinatie passief infrarood en ultrasoon komt voor. Deze detectoren worden meestal in moeilijke situaties zoals garages toegepast.
Vervolgens hebben we de anti masking detectoren. Dit zijn gewone detectoren welke een extra voorziening hebben waardoor de detector niet overdag kan worden uitgeschakeld. Bij hoog risico installaties is het gebruik hiervan verplicht. Wij zouden ze echter ook aanraden bij bedrijven waarbij diverse ruimtes voor publiek toegankelijk zijn.
Tenslotte wil ik het nog even
hebben over de zogenaamde "diervriendelijke" detectoren.
Er zijn diervriendelijke detectoren die de hele ruimte bekijken. Het ontvangen
signaal wordt "bekeken" of het overeenkomt met het signaal van een
mens. Tot op zekere hoogte kunnen kleine huisdieren vrij rondlopen in ruimtes
waar deze detectoren hangen.
Een ander type wordt op zo'n 60-100 cm vanaf de grond gemonteerd en kijkt
dan omhoog. Hierdoor ontstaat een vrije "kruipruimte" waar het dier
onderdoor kan lopen. Een eventuele inbreker die laag blijft kan echter
ook ongemerkt rondkruipen.